STalK: de vinger aan de STK-pols

onze digitale schoolkrant…

Taal op school – een interview

Deze week is week van de taal, en laat een school nu net de plaats zijn waar taal het meeste beoefend wordt! Dus dachten wij: laten we eens kijken hoe dat nu zit met taal op onze school. Hoe zit het met de taalbeheersing op onze school (jaja: taalbeheersing, niet taalkennis!)? Onze liefde voor de taal? Om dat een beetje te onderzoeken hebben we een willekeurige leerkracht Nederlands geïnterviewd, die we voor het gemak leerkracht X zullen noemen -zij wilde graag anoniem blijven, zie foto. Nu, leerkracht X is een zeer lief persoon, maar ook iemand die zeer graag babbelt en we hebben haar antwoorden een beetje moeten inkorten, waarvoor onze excuses. Oke, hier gaan we:

Beste persoon X, hoe zit het volgens u met de taalbeheersing van onze leerlingen?
Dat hangt er maar vanaf wat je op taalvlak van je leerlingen verwacht en wat jouw visie op taal is. Als je het Algemeen Nederlands beschouwt als de enige na te streven norm, dan kun je niet anders dan concluderen dat het veeleer miserabel gesteld is met de taalbeheersing van onze leerlingen. Zie je daarentegen taalvariatie als een natuurlijke ontwikkeling, dan zitten we op dit ogenblik gewoon in een opvallende taalovergang: van Algemeen Nederlands naar “Algemeen Vlaams”. Concreet betekent dat dat leerlingen geen echt dialect hanteren, maar wel tussentalige vormen als: ‘hebde gij’ in plaats van ‘heb jij’.
Alleszins, hier kunnen we niet onderuit: het Algemeen Nederlands leeft nog steeds door in normerende werken zoals het Groene Boekje voor spelling en de Algemeen Nederlandse Spraakkunst voor grammatica. Zolang die ‘officiële’ werken gelden, vind ik dat we als leerkrachten Nederlands van onze leerlingen mogen eisen dat ze in schrijf- en spreekopdrachten op school het Algemeen Nederlands trachten te benaderen. En daar is – bij de ene al iets meer dan bij de andere – nog wat werk aan.
IMG_0021
Aan welke fouten stoort u zich het meest?
Als ik me stoor, dan gaat het vooral om slordigheidsfouten. Wat me opvalt, is dat nog weinig leerlingen de tijd nemen om een toets of een huistaak grondig na te lezen, zelfs als je hen erop wijst. Voor hen is de inhoud van het antwoord het belangrijkste. Dat ik me daaraan stoor, ligt wellicht ook aan mijn karakter. De eerlijkheid gebiedt me te vertellen dat als ik thuis zit te verbeteren, ik wel eens hardop durf te vloeken als ik een zoveelste ‘slordigheidsfout’ onder ogen krijg.

Wat vindt u van de manier waarop wij Nederlands krijgen en wat zou u eventueel willen veranderen?
Vlaanderen staat gekend voor kwaliteitsvol onderwijs. Ik durf te geloven dat ook ons moedertaalonderwijs behoorlijk degelijk is. Leerkrachten werken steeds vaker – of het wordt toch verondersteld dat ze dat doen – met multimedia, nieuwe werkvormen enzovoort. Maar waar we té weinig tijd aan kunnen besteden, is spreekvaardigheid. Dat is althans mijn persoonlijke mening. Leerlingen blijken – in tegenspraak met hun mondigheid – vaak niet in staat om een goede presentatie te houden. Ze weten zich geen houding te geven, lezen monotoon hun blad af en maken geen oogcontact met hun publiek. Er is dus nood aan goed spreekvaardigheidsonderwijs, want denk er maar eens over na in hoeveel situaties ze in hun toekomstige carrière iets moeten presenteren of ‘verkopen’.

Waarom bent u eigenlijk zelf leerkracht Nederlands geworden?
Eindelijk een eenvoudige vraag! Omdat ik – en let op mijn woorden, ik ben een romanticus – van mijn moedertaal hou. Het Nederlands is een mooie, sobere taal, al is dat natuurlijk subjectief.

Als afsluiter hebben we nog een klein testje. Wat is juist: er wordt gezongen of er word gezongen en waarom?
‘Er wordt gezongen’. Uiteraard!
Het toeval wil dat ik deze zomervakantie in Leuven Nederlands aan anderstaligen heb gegeven en dat de ‘er’-kwestie aan bod kwam. Anderstaligen vervloeken dat tweeletterwoordje; voor ons is het gelukkig een automatisme dat we ons eigen maken tijdens het taalverwervingsproces in onze kinderjaren. ‘Er’ is hier een plaatsonderwerp in een passieve zin, omdat er geen eigenlijk of getalsonderwerp is. (Ik kan nog gaan schermen met een uitleg over intransitieve werkwoorden die als onpersoonlijke werkwoorden worden gebruikt, maar dat bespaar ik de lezer liever.) En bij dit gebruik van ‘er’ staat het werkwoord altijd in de derde persoon enkelvoud.

Dat weten we dan ook weer! Bedankt voor dit interview, leerkracht X!

30/10/2009 - Posted by | Uncategorized

Nog geen reacties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: